Honing versus fysiologisch zout
Kan honing meer doen bij een chronische wond dan alleen zorgen voor een vochtig wondmilieu? In een kleine gerandomiseerde studie werd behandelen met honing twaalf weken lang vergeleken met behandelen met fysiologisch zout.
Honing versus fysiologisch zout bij chronische wonden
Kan honing meer doen bij een chronische wond dan alleen een vochtig wondmilieu creëren? Een kleine gerandomiseerde studie zette honing rechtstreeks tegenover een van de meest eenvoudige middelen binnen de wondzorg: fysiologisch zout.
Onderzoekers van de Faculty of Health Sciences van de University of Buea, in het zuidwesten van Kameroen, volgden achttien patiënten met chronische wonden gedurende twaalf weken. Hun onderzoek verscheen in januari 2026 in Health Science Reports. De helft van de patiënten kreeg dagelijks een wondbehandeling met honing, de andere helft met fysiologisch zout.
Twee eenvoudige behandelingen naast elkaar
De opzet van het onderzoek was overzichtelijk: alle deelnemers hadden een wond die al minimaal drie maanden bestond.
Bij de honinggroep werd de wond eerst gereinigd met steriel water. Daarna werd honing rechtstreeks op het wondbed aangebracht en afgedekt met steriel gaas. Bij de controlegroep werd na reiniging een gaas met 0,9 procent fysiologisch zout aangebracht.
De verbanden werden dagelijks verwisseld, of vaker wanneer de hoeveelheid wondvocht daar aanleiding toe gaf. Vervolgens werd gedurende twaalf weken gevolgd hoe de wonden zich ontwikkelden.
Van 58 naar 2 vierkante centimeter
Bij aanvang waren de wonden in beide groepen gemiddeld ongeveer even groot: rond de 58 cm².
Na twaalf weken was de gemiddelde wondgrootte in de honinggroep teruggebracht tot ongeveer 2 cm². Dat kwam neer op 97 procent wondsluiting.
In de groep die met fysiologisch zout werd behandeld, was gemiddeld nog 22 cm² van de wond over. Daar bedroeg de wondsluiting ongeveer 63 procent.
Ook de vorming van granulatieweefsel verschilde. Na twaalf weken was gemiddeld 90 procent van het wondbed in de honinggroep bedekt met granulatieweefsel, tegenover 70 procent in de controlegroep.
Granulatieweefsel is belangrijk tijdens wondgenezing. Het vormt als het ware de nieuwe ondergrond waarin onder andere fibroblasten, extracellulaire matrix en nieuwe bloedvaten een rol spelen bij de verdere opbouw van het weefsel.
Ook minder bacteriën
De onderzoekers namen daarnaast wondswabs af in week 1, 6 en 12.
Aan het begin van het onderzoek werden in beide groepen verschillende bacteriën aangetroffen, waaronder Staphylococcus aureus, Pseudomonas aeruginosa en Escherichia coli.
In de honinggroep nam het aantal gevonden bacteriesoorten gedurende de behandeling af. Na twaalf weken konden de onderzoekers in deze groep geen bacteriële groei meer aantonen.
In de groep met fysiologisch zout werden op dat moment nog wel bacteriën gevonden, waaronder S. aureus en P. aeruginosa.
Dat verschil past bij wat al langer over honing bekend is. De antimicrobiële werking ontstaat waarschijnlijk niet door één afzonderlijk mechanisme, maar door een combinatie van eigenschappen.
Suiker, zuur en waterstofperoxide
Een daarvan is het hoge suikergehalte. Honing creëert daardoor een sterk osmotische omgeving. Water wordt aan bacteriën onttrokken, waardoor ze zich moeilijker kunnen vermenigvuldigen.
Daarnaast heeft honing van nature een lage pH. Veel ziekteverwekkende bacteriën groeien minder goed in zo’n zure omgeving.
Ook waterstofperoxide speelt een rol. Wanneer honing met wondvocht in aanraking komt, kan het enzym glucose-oxidase kleine hoeveelheden waterstofperoxide vormen. Dat werkt licht antiseptisch en helpt zo de groei van bacteriën te remmen.
Daarnaast bevat honing verschillende fenolische verbindingen en andere bioactieve stoffen die mogelijk bijdragen aan de antimicrobiële en ontstekingsremmende werking.
Ontsteking en pijn namen af
Ook in de ontstekingswaarden zagen de onderzoekers verschil.
Het gemiddelde CRP lag bij aanvang in beide groepen rond 35 mg/L. Na twaalf weken was dat gedaald tot 5 mg/L bij de met honing behandelde patiënten en tot 11 mg/L in de fysiologisch-zoutgroep.
CRP is een algemene marker voor ontstekingsactiviteit en zegt niet specifiek wat er in de wond zelf gebeurt. Ook roodheid, zwelling, wondvocht en geur namen in de honinggroep sneller af.
De patiënten begonnen daarnaast gemiddeld met een pijnscore van ongeveer 7 op 10. Na zes weken was die score gedaald tot 3 in de honinggroep en tot 5 in de controlegroep. Na twaalf weken waren de verschillen kleiner: gemiddeld 0,5 tegenover 1.
Waarom fysiologisch zout anders werkt
Fysiologisch zout heeft een heel andere functie dan honing.
Het is isotoon, veilig voor cellen en geschikt om een wond te reinigen en een vochtig wondmilieu te ondersteunen. Maar fysiologisch zout heeft zelf geen relevante antimicrobiële werking.
Honing combineert daarentegen verschillende eigenschappen. Naast het ondersteunen van een vochtig wondmilieu heeft het een osmotische werking, een lage pH en bevat het stoffen die de groei van micro-organismen kunnen remmen.
Dat zou mede kunnen verklaren waarom de onderzoekers in deze studie verschillen tussen beide behandelingen zagen.
Maar achttien patiënten is erg weinig
De resultaten zijn opvallend, maar vragen om voorzichtigheid.
Er deden slechts achttien patiënten mee: negen per groep. Bovendien vond het onderzoek plaats in één ziekenhuis. Daardoor kan een verschil tussen beide groepen relatief sterk worden beïnvloed door individuele patiënten.
Een ander aandachtspunt is dat de gebruikte honing binnen deze studie niet uitvoerig op samenstelling werd onderzocht. De onderzoekers bepaalden bijvoorbeeld niet zelf welke bioactieve stoffen in welke hoeveelheden aanwezig waren. De samenstelling van honing kan variëren en daarmee mogelijk ook de werking.
Ook belangrijk: in deze studie werd onbewerkte honing gebruikt. Dat betekent niet dat gewone consumptiehoning zonder meer geschikt of veilig is voor gebruik op een wond. Voor reguliere wondzorg worden honingproducten voor medisch gebruik gecontroleerd en behandeld om de microbiologische veiligheid en samenstelling beter te kunnen waarborgen.
De volgende stap
De opvallende verschillen geven wel aanleiding om de vergelijking op grotere schaal te herhalen. Daarbij zou het interessant zijn om verschillende typen chronische wonden afzonderlijk te onderzoeken en gebruik te maken van een goed gestandaardiseerd honingproduct. Zo kan beter worden vastgesteld of het gevonden verschil ook in grotere patiëntengroepen overeind blijft en bij welke wonden honing daadwerkelijk van toegevoegde waarde kan zijn.
Bron: Tita BV, Ika CS, Ambe NF, Endeley BF, Ngunde PJ. Comparative Evaluation of Cameroonian Honey and Normal Saline in the Management of Chronic Wounds: A Randomized Controlled Trial. Health Science Reports. 2026;9(1).
